Creativiteit doet de kassa rinkelen

Wat doe je op een grijze Kerstdag? Juist, lezen! Het onderzoeksrapport “Creatieve Industrie in Vlaanderen”, dat het Flanders District of Creativity (FDC) samen met zijn kennispartner Vlerick Management School deze maand publiceerde, is boeiende lectuur. De auteurs wijzen erop dat “het huidige concurrentiemodel in Vlaanderen niet volstaat om de economische welstand te blijven waarborgen”. Onze positie wordt verzwakt door “een nieuwe en intense wereldwijde concurrentie”. Wat men bedoelt is dat lage loonlanden inzake “kostenefficiëntie en zelfs productiviteit” Vlaanderen dreigen in te halen. Daarom moet volgens de onderzoek de kaart van de “creatieve industrie” trekken. In het rapport “Creatieve Industrie in Vlaanderen” wordt in dit kader een eerste aanzet van “een duidelijke doorlichting van de economische positie van de creatieve industrie in Vlaanderen” gegeven.

Helaas wordt de evenementensector als geheel niet besproken. Nochtans biedtde sector een belangrijke meerwaarde voor de groeiende ‘emotiemarkt’.

In het eerste (meer theoretische) deel van het rapport maken de auteurs onder meer het onderscheid tussen de marktgerichte en niet-marktgerichte bedrijfstakken binnen de creatieve sector. De onderzoekers positioneren beiden niet lijnrecht tegenover elkaar zoals dat ‘vroeger’ vaak gebeurde. Hoewel er nog opmerkelijke verschillen zijn, zijn beide groepen als je tussen de regels van het rapport leest iets meer (maar ook niet helemaal) naar elkaar toe gegroeid. De auteurs illustreren dit met een voorbeeld: “Een boekingskantoor bijvoorbeeld die een integere artiest in een grote concertzaal laat optreden omdat dat meer inkomsten garandeert, kan afbreek doen aan de creatieve meerwaarde van de artiest. Over het algemeen wordt aangenomen dat dit slechts in een beperkt aantal gevallen geldt.”

Het tweede deel brengt de creatieve industrie in kaart. De auteurs bespreken de audiovisuele industrie, de muziekindustrie, mode-industrie, architectuur en vormgevingsindustrie, gedrukte media, beeldende kunstindustrie en de podiumkunsten. Er wordt nergens van een ‘evenementenindustrie’ gesproken. Hoewel in het hoofdstuk muziek- en mode-industrie heel kort organisatiebureaus aan bod komen. Ook concertzalen worden apart besproken.

“Ook in de bedrijfstak van de concertzalen stellen we een sterke stijging vast van zowel de werkgelegenheid als de gerealiseerde omzet over de periode van 1995-2003. Het aantal werknemers nam jaarlijks toe met bijna 12%, terwijl de toegevoegde waarde toenam met bijna 14.5%.”

Op pagina 69 wordt ook de organisatie van modeshows aangehaald. “In Vlaanderen en Brussel zijn slechts 1 zelfstandige en 3 ondernemingen op voltijdse basis werkzaam voor de opzet en organisatie van mode-events. Bovendien betreft het zeer kleinschalige organisaties. In economische termen is de impact dan ook zo goed als verwaarloosbaar.” Heel vreemd want in de Gouden Gids zijn onder de rubriek ‘organisatie modeshows’ meer bureaus terug te vinden.

De slotconclusie van Tine Maenhout, Jonas Onkelinx en Isabelle De Voldere van de Vlerick Management School is dat creatieve industrie enorm groeit. De economische impact van sectoren als mode, muziek, film, kunsten, architectuur, media en vormgeving neemt toe. “In 2004 gaven Vlaamse gezinnen van elke 100 euro van hun budget gemiddeld 10 euro uit aan producten uit de creatieve industrie”.

Dowload hier het volledige rapport

Advertenties
Geplaatst in Nieuws

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: